Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond de ontbinding van huurovereenkomsten voor een woning en een loods centraal, nadat in beide panden wapens, explosieven, drugs en gestolen goederen waren aangetroffen. De loods werd op 17 september 2014 door de burgemeester gesloten na politie-inval. De kantonrechter ontbond de huurovereenkomsten en veroordeelde de huurders tot ontruiming.
De huurders betwistten de ontbinding van de woninghuurovereenkomst, stellende dat de loods en woning aparte huurregimes kennen en dat de gedragingen in de loods geen directe invloed hebben op de woning. Het hof oordeelde echter dat de geringe afstand tussen beide panden en het strafrechtelijk bewezen bezit van wapens en criminele goederen in beide panden strijdig is met goed huurderschap (art. 7:213 BW Pro).
Het hof verwierp het beroep op redelijkheid en billijkheid en het verzoek om een termijnverlenging (terme de grâce). De ontbinding en ontruiming werden bekrachtigd, waarbij de huurders werden veroordeeld in de proceskosten van hoger beroep en incident. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomsten van woning en loods en veroordeelt de huurders tot ontruiming en kostenbetaling.