ECLI:NL:GHAMS:2016:5449
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagsbeëindiging en voogdij bij langdurige curatele en mentorschap moeder
De moeder was sinds 2010 onder curatele gesteld, welke in 2014 werd opgeheven en vervangen door bewind en mentorschap. Het hof benoemde in 2015 een onafhankelijke bewindvoerder/mentor. De moeder was daardoor onbevoegd tot gezag over haar kind geboren in 2015.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder en benoeming van de William Schrikker Stichting als voogd. De rechtbank ging hierin mee, maar de moeder ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de moeder het gezag niet automatisch had herwonnen na het einde van de curatele, omdat een derde (de GI) op dat moment al met het gezag was belast. Het primaire verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag was daarom niet terecht toegewezen. Het hof stelde partijen in de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over de vraag of er gegronde vrees bestaat dat bij toewijzing van het gezag aan de moeder de belangen van het kind worden verwaarloosd.
De moeder betoogde dat zij onvoldoende gehoord was en dat nader onderzoek naar haar pedagogische vaardigheden noodzakelijk was. De Raad en GI stelden dat de moeder pedagogisch onmachtig is en geen perspectief bestaat op terugplaatsing van het kind binnen een aanvaardbare termijn. Het hof hield de zaak aan om verdere beslissing na schriftelijke reacties te nemen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nadere schriftelijke behandeling over het gezag en de belangen van het kind.