Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
RAZ INTERNATIONAL INC.,
[geïntimeerde sub 3],
Gerechtshof Amsterdam
Appellante verzet zich tegen executoriaal beslag dat schuldeisers van haar echtgenoot hebben gelegd op roerende zaken en contant geld in hun gezamenlijke woning. Het huwelijk is in Israël voltrokken, maar het huwelijksvermogensregime wordt beheerst door Nederlands recht vanwege hun verblijfplaats en dubbele nationaliteit.
De voorzieningenrechter wees het verzet af en het hof bekrachtigt dit oordeel. De door appellante aangevoerde 'marriage agreement', addendum en verklaring zijn niet toereikend om eigendom van de beslagen zaken aan haar toe te wijzen, omdat zij niet voldoen aan de vereisten van huwelijkse voorwaarden volgens artikel 1:115 BW Pro.
Het hof oordeelt dat de beslagen roerende zaken en het contante geld tot de wettelijke gemeenschap van goederen behoren, waardoor schuldeisers zich daarop mogen verhalen. Ook het beroep op het huisrecht, het Verdrag inzake de rechten van het kind en vermeend misbruik van bevoegdheid faalt.
De vordering tot opheffing van het beslag en verbod op verkoop wordt afgewezen. Appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 20 december 2016.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart het verzet van appellante tegen het executoriaal beslag ongegrond.