ECLI:NL:GHAMS:2016:5528

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2016
Publicatiedatum
23 december 2016
Zaaknummer
23-000636-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.7 lid 2 APV AmsterdamArt. 6.1 APV AmsterdamArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor aanbieden van (nep)drugs op openbare weg in Amsterdam

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het zich ophouden op een openbare weg in Amsterdam met het oogmerk om middelen als bedoeld in de Opiumwet aan te bieden. In hoger beroep vernietigde het hof het eerdere vonnis en verklaarde het bewezen dat de verdachte zich op 3 augustus 2015 op de Oudezijds Voorburgwal ophield om (nep)drugs aan te bieden. Het hof sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Het hof achtte het bewezen verklaarde strafbaar als overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de gemeente Amsterdam. De verdachte werd strafbaar geacht, mede gelet op eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. Tegelijkertijd hield het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn verslaving en de gestart hulpverlening.

Op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en de persoonlijke draagkracht van de verdachte legde het hof een geldboete van €750 op, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bij niet-betaling wordt de boete vervangen door 15 dagen hechtenis, waarvan 7 dagen voor het voorwaardelijke deel. Hiermee draagt het hof rekening met de balans tussen strafrechtelijke verantwoordelijkheid en persoonlijke omstandigheden.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €750, waarvan €375 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

parketnummer: 23-000636-16
datum uitspraak: 11 augustus 2016
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-236451-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1971,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 augustus 2015 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten de Oudezijds Voorburgwal heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of Pro 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 3 augustus 2015 te Amsterdam zich op de weg, te weten de Oudezijds Voorburgwal heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of Pro 3 van de Opiumwet, althans daarop gelijkende waar, te koop aan te bieden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
Overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de gemeente Amsterdam.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750, subsidiair 15 dagen hechtenis.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van
€ 750 voorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft het hof verzocht om, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht, een straf op te leggen zoals door de advocaat-generaal gevorderd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het te koop aanbieden van (nep)drugs op een openbare weg in de binnenstad van Amsterdam. Hij heeft aldus bijgedragen aan het voortduren van de openbare orde problematiek in bovengenoemd gebied en aan gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving.
Het hof heeft verder in beschouwing genomen dat de verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 13 juli 2016 eerder meermalen ter zake van soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld.
Ten voordele van de verdachte houdt het hof rekening met het feit dat de verslaving van de verdachte hem aanzette tot overtredingen, zoals onderhavige, en dat voor deze verslaving hulpverlening is gezocht en gestart.
Het hof acht, alles afwegende, termen aanwezig een (deels voorwaardelijke) geldboete van na te melden hoogte op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2.7 lid 2 en 6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam en de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 750(zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
15(vijftien)
dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot
€ 375(driehonderdvijfenzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
7(zeven)
dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2(twee)
jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. J.D.L. Nuis en mr. C.M. Degenaar, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel en mr. N. de Visser, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 augustus 2016.
mr. W.M.C. Tilleman en mr. C.M. Degenaar zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[.]