ECLI:NL:GHAMS:2016:5565
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning op €390.000 na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde twee-onder-een-kap woning waarvan de WOZ-waarde voor 2014 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €395.000. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die de waarde verlaagde naar €390.000, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze vaststelling.
Het geschil betreft de vraag of de WOZ-waarde op 1 januari 2013, de waardepeildatum, te hoog is vastgesteld. Belanghebbende betoogde een lagere waarde van €345.000, mede gebaseerd op woningtransacties uit 2014 en 2015, terwijl de heffingsambtenaar een waarde van €390.000 verdedigde, onderbouwd met een taxatiematrix en twee vergelijkingsobjecten uit de directe omgeving.
Het Hof oordeelt dat de vergelijkingsobjecten, ondanks bezwaren van belanghebbende over marktconformiteit, voldoende representatief en recent zijn ten opzichte van de waardepeildatum. De verkoopprijzen en kenmerken van deze objecten bieden een goede basis voor de vastgestelde WOZ-waarde. Transacties na de waardepeildatum, waaronder de verkoop van de woning zelf eind 2014, zijn te ver verwijderd in de tijd om als maatstaf te dienen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak is gedaan door het Hof Amsterdam op 1 december 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €390.000 wordt bevestigd.