Uitspraak
mr. C. Borstlapen
mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,
mr. P. Haas, kantoorhoudende te Rotterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer behandelt een verzoek van de onderzoeker in een enquêteprocedure tegen Eshuis Holding om op grond van artikel 2:352a BW getuigen te horen, waaronder twee in Mexico woonachtige personen, vanwege onduidelijkheden over de rol van Eshuis América in Mexico.
De onderzoeker betoogt dat het horen van deze getuigen essentieel is voor het onderzoek naar mogelijke belangenverstrengeling en governanceproblemen binnen Eshuis Holding. Perspektief, een belanghebbende partij, verzet zich tegen het verzoek en stelt dat de kwestie beter bij de civiele rechter kan worden behandeld.
De Ondernemingskamer oordeelt dat het verzoek in beginsel toewijsbaar is, maar acht het bezwaarlijk om het getuigenverhoor reeds te laten plaatsvinden voordat het voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank Gelderland is afgerond. De Mexicaanse getuigen zullen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2017 bij de rechtbank worden gehoord.
De Ondernemingskamer bepaalt dat het getuigenverhoor op grond van artikel 2:352a BW zal plaatsvinden ten overstaan van de raadsheer-commissaris M.M.M. Tillema en dat dit verhoor, indien gewenst, gelijktijdig met het voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank Gelderland kan worden gehouden om proceseconomische redenen. Een kostenveroordeling wordt niet uitgesproken.
Uitkomst: De Ondernemingskamer gelast een getuigenverhoor op grond van artikel 2:352a BW, te houden door de raadsheer-commissaris en in samenhang met het voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank Gelderland.