ECLI:NL:GHAMS:2016:5646

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 augustus 2016
Publicatiedatum
29 december 2016
Zaaknummer
23-002138-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 266 SrArt. 267 SrArt. 269 SrArt. 164 SvArt. 422 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM wegens ontbreken klacht bij eenvoudige belediging conducteur

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter inzake belediging van een conducteur van het GVB te Amsterdam. De verdachte werd ervan beschuldigd op 22 maart 2013 de conducteur met grove en racistische beledigingen te hebben bejegend.

Het hof oordeelde dat de conducteur niet als ambtenaar in de zin van artikel 267 lid 2 Sr Pro kon worden aangemerkt, omdat het GVB een privaatrechtelijke rechtspersoon is en de conducteur niet onder direct toezicht van de overheid stond. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van het onderdeel van de tenlastelegging dat betrekking had op het beledigen van een ambtenaar.

Verder stelde het hof vast dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de klacht van de conducteur als klachtgerechtigde ontbrak, wat een vereiste is voor vervolging van eenvoudige belediging volgens artikel 269 Sr Pro. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de niet-ontvankelijkheid van het OM uit te spreken.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een klacht, en verdachte werd vrijgesproken van het beledigen van een ambtenaar.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-002138-15
Datum uitspraak: 22 augustus 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 april 2015 in de strafzaak onder parketnummer
13-057869-13 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 maart 2013 te Amsterdam opzettelijk beledigend [naam], werkzaam als conducteur bij GVB te Amsterdam, als ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "ik ga je neuken en/of ik ga je moeder neuken en/of je zus neuken en/of je dochter en je vrouw neuken en/of vuile tering Turk en/of vuile kanker Turk en/of je moeder is een hoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Partiele vrijspraak

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de aangever, in zijn hoedanigheid van conducteur bij het GVB, als ambtenaar in de zin van artikel 267 onder Pro 2 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof ontleent aan de website van het GVB dat het GVB op de ten laste gelegde datum een verzelfstandigde, privaatrechtelijke rechtspersoon was. De aangever had klaarblijkelijk een dienstverband bij die rechtspersoon. Niet gebleken is dat de aangever onder (direct) toezicht en verantwoording van de overheid zijn bediening uitoefende of buitengewoon opsporingsambtenaar was. De enkele omstandigheid dat de gemeente Amsterdam enig aandeelhouder is van het GVB is daartoe niet voldoende. (vgl. HR 7 april 2009, ECLI:NLHR:2009:BG7743)
Het hof zal de verdachte derhalve vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging, inhoudende dat hij een ambtenaar heeft beledigd, in de zin van voornoemd wetsartikel.

Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Zoals hiervoor overwogen, acht het hof de tenlastegelegde strafverzwarende omstandigheid als bedoeld in artikel 267 onder Pro 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) niet bewezen. Het overblijvende gedeelte van het tenlastegelegde ziet klaarblijkelijk op het in artikel 266 Sr Pro strafbaar gestelde feit 'eenvoudige belediging'.
Ingevolge het bepaalde in artikel 269 Sr Pro wordt belediging niet vervolgd dan op klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd, behalve - voor zover te dezen van belang - in het geval voorzien in artikel 267 onder Pro 2 van het Wetboek van Strafrecht.
Nu de klachtgerechtigde geen klacht heeft ingediend op de wijze als voorzien in artikel 164 van Pro het Wetboek van Strafvordering, zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. P.F.E. Geerlings en mr. G.C. Koelman, in tegenwoordigheid van
A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
22 augustus 2016.
Mr. G.C. Koelman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.