ECLI:NL:HR:2009:BG7743
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of aspirant-hoofdconducteur NS ambtenaar is in strafrechtelijke zin
De zaak betreft de vraag of aspirant-hoofdconducteurs van de Nederlandse Spoorwegen (NS) als ambtenaar in de zin van art. 267 en Pro 304 Sr kunnen worden aangemerkt. Het hof had geoordeeld dat deze aspirant-hoofdconducteurs wel als ambtenaar gelden vanwege hun openbaar karakter van hun functie, ondanks dat zij in dienst waren van een privaatrechtelijke rechtspersoon en niet onder direct toezicht van de overheid stonden.
De verdachte werd veroordeeld voor het beledigen en mishandelen van deze aspirant-hoofdconducteurs tijdens de uitoefening van hun bediening. De verdediging voerde aan dat de slachtoffers geen ambtenaar waren, waardoor het klachtvereiste en de strafverzwarende omstandigheden niet van toepassing zouden zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. De aspirant-hoofdconducteurs waren niet onder direct toezicht en verantwoording van de overheid aangesteld en hadden niet de hoedanigheid van buitengewoon opsporingsambtenaar. Daarom kunnen zij niet als ambtenaar in de zin van de genoemde wetsartikelen worden beschouwd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.