Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 maart 2006 tot en met
hij, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2006 tot en met
hij, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 augustus 2005 tot en met
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 februari 2011 tot en met
Uitleg en geldigheid tenlastelegging ten aanzien van feit 1
‘767, althans een groot aantal, althans’innerlijk tegenstrijdig en zal het hof de tenlastelegging voor dit onderdeel voor beide tenlastegelegde varianten (onjuiste belastingaangifte en valsheid in geschrift) partieel nietig verklaren.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
eerste lid,Sr, te weten het – kort gezegd – plegen van valsheid in geschrift door het door de verdachte valselijk
opmakenvan aangiften Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen voor cliënten van de verdachte. De tenlastelegging ziet niet op het
gebruikenvan valse aangiften door de verdachte (bij het voor op of naam van zijn cliënten doen van aangifte) dan wel zijn cliënten (met behulp van de door de verdachte opgemaakte aangifte). Alsdan faalt het verweer, immers, het is de keuze is geweest van de wetgever de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69, vierde lid, AWR te beperken tot (die gevallen waarin de tenlastelegging is toegesneden op) artikel 225
, tweede lid,Sr. Het is niet aan de rechter dit uit te breiden. Voor een ruime interpretatie (zoals door de raadsman bepleit) zodat de uitsluitingsgrond tevens ziet op artikel 225
,eerste lid
,Sr ziet het hof in het onderhavige geval aanleiding noch mogelijkheid.
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging en ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit
[slachtoffer 1]
[slachtoffer 11]
[slachtoffer 2]
[slachtoffer 3]
[slachtoffer 4]
[slachtoffer 5]
[slachtoffer 7]
[slachtoffer 8]
[slachtoffer 12]
[slachtoffer 13]
[slachtoffer 14]
[slachtoffer 9]
[slachtoffer 15]
[slachtoffer 16]
[slachtoffer 17] en [slachtoffer 18]
[slachtoffer 19] en [slachtoffer 20]
Bespreking gevoerde verweren ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit
Bewezenverklaring
hij, op tijdstippen in de periode van 23 maart 2006 tot en met 13 oktober 2010, te Amsterdam [en te Apeldoorn], meermalen, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten meerdere digitale aangiften voor de Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over de aangiftetijdvakken 2005 en 2006 en 2007 en 2008 en 2009, waaronder:
hij, op tijdstippen in de periode van 15 maart 2006 tot en met 26 januari 2011 te Amsterdam en te Apeldoorn, meermalen, telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, 5 digitale aangiften voor de Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen, te weten,
hij op tijdstippen in de periode van 23 maart 2006 tot en met 13 oktober 2010, te Amsterdam, telkens voorwerpen, te weten geldbedragen, heeft omgezet, terwijl hij wist dat deze geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, hiervan een gewoonte heeft gemaakt.
hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2011 tot en met 12 april 2011 te Amsterdam opzettelijk heeft geteeld en opzettelijk aanwezig heeft gehad, negenenveertig (49) hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
‘767, althans een groot aantal, althans’voor beide tenlastegelegde varianten (onjuiste belastingaangifte en valsheid in geschrift).
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
geldboetevan
€ 15.000,00 (vijftienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
110 (honderdtien) dagen hechtenis.