ECLI:NL:GHAMS:2016:5829
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling na gedragsomslag en beschermingsbewind
Appellante [X] was in eerste aanleg afgewezen voor toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Zij had kinderopvangtoeslag ontvangen waarop zij geen recht had in 2010 en 2011, waarvan de schuld uit 2011 inmiddels was afgelost en de schuld uit 2010 ouder dan vijf jaar was. Daarnaast waren er telecomschulden uit 2012 en 2013 die niet te goeder trouw waren ontstaan.
Sinds 2014 staat [X] onder beschermingsbewind en heeft zij een gedragsomslag gemaakt. Zij houdt zich aan afspraken, heeft betaald werk gevonden als gastouder en in de zorg, en heeft opleidingen gevolgd. De schulden die na het beschermingsbewind zijn ontstaan betreffen een tandheelkundige rekening en een terugvordering huurtoeslag, waarvan de eerste inmiddels is betaald en de tweede wordt gecorrigeerd.
Het hof oordeelt dat ondanks eerdere onverantwoord financieel gedrag, [X] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de omstandigheden die tot schulden leidden onder controle heeft gekregen. Hierdoor voldoet zij aan de wettelijke vereisten voor toelating tot de schuldsaneringsregeling. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek alsnog toe, met verwijzing naar de rechtbank voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.