Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof: € 4.660,09) omzetbelasting vermeld. Eiseres heeft verweerder verzocht om aan haar een teruggaaf van de omzetbelasting te verlenen.”
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een zelfstandig jurist, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over de aankoop van zes zilverbaren in december 2011. De inspecteur wees dit verzoek af, wat door belanghebbende werd aangevochten bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het geschil draait om de vraag of belanghebbende als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 kan worden aangemerkt en daarmee recht heeft op aftrek van de voorbelasting. Het Hof stelt vast dat de aankoop van zilverbaren niet leidt tot een economische activiteit zoals bedoeld in artikel 9 van Pro de Btw-richtlijn, omdat de activiteit beperkt blijft tot het beheer van vermogen zonder actieve deelname aan het economische verkeer.
Het beroep op de speciale regeling voor beleggingsgoud wordt verworpen omdat deze regeling niet van toepassing is op zilver. Ook het beroep op artikel 12 van Pro de Btw-richtlijn, dat lidstaten de mogelijkheid geeft incidentele handelingen als belastingplichtig aan te merken, faalt wegens gebrek aan directe werking.
Het Hof concludeert dat de aankoop van zilverbaren door belanghebbende geen ondernemerschap inhoudt en bevestigt daarmee de afwijzing van de teruggaaf omzetbelasting door de inspecteur en de rechtbank. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de teruggaaf omzetbelasting bevestigd.