Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1988 gehuwd en hebben drie kinderen, waarvan [kind 3] een eenoudergezin vormt met de vrouw. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking over kinder- en partneralimentatie en het gebruik van de echtelijke woning door de vrouw na echtscheiding.
Het hof oordeelde dat de vrouw belang heeft bij voortgezet gebruik van de echtelijke woning, omdat zij de hoofdverzorger is van [kind 3], en dat de man voldoende draagkracht heeft om de alimentatie te voldoen. De man kan geen gebruiksvergoeding van de vrouw vorderen wegens onvoldoende onderbouwing.
De bijdrage voor de verzorging en opvoeding van [kind 3] is vastgesteld op € 537,50 per maand, rekening houdend met een zorgkorting. De partneralimentatie is getrapt vastgesteld: € 1.795,- per maand tot verkoop en levering van de woning, en € 2.880,- daarna. De duur van de alimentatieplicht is niet beperkt vanwege de lange duur van het huwelijk en zorg voor kinderen.
Uitkomst: Het hof stelt de bijdrage voor verzorging en opvoeding van het kind vast op €537,50 per maand en de partneralimentatie op €1.795,- tot verkoop woning en €2.880,- daarna, en bevestigt het gebruiksrecht van de vrouw van de echtelijke woning.