Uitspraak
hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2010 tot en met 21 september 2012 te Alkmaar en/of te Amsterdam en/of te Amstelveen en/of elders in Nederland en/of te Roemenië,
hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2010 tot en met 25 oktober 2010 en/of in of omstreeks de periode van 27 oktober 2010 tot en met 1 februari 2011 te Alkmaar en/of te Amsterdam en/of te Amstelveen en/of elders in Nederland en/of te Roemenië,
hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2010 tot en met 18 oktober 2010 te Alkmaar en/of te Amsterdam en/of te Amstelveen en/of elders in Nederland en/of te Roemenië,
hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2010 tot en met 14 mei 2013 te Alkmaar en/of te Amsterdam en/of te Utrecht en/of elders in Nederland en/of te Roemenië en/of te Hongarije,
Juridisch kader
indien de prostitué(e) in een situatie verkeert of komt te verkeren die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitué(e) in Nederland pleegt te verkeren. Met deze objectivering van het bestanddeel inzake misbruik wordt in artikel 250bis Sr (nieuw) bescherming geboden aan personen die in een seksinrichting in een uitbuitingssituatie werkzaam zijn en wordt zowel bestuurlijk als justitieel optreden mogelijk gemaakt tegen personen die iemand in een dergelijke situatie houden. (…). Onder de toepassing van het nu voorgestelde artikel 250ter Sr zullen bovendien ook diegenen vallen die gebruik makend van een uitbuitingssituatie enige handeling ondernemen waarvan zij weten of redelijkerwijs moeten vermoeden dat de ander daardoor in de prostitutie belandt. De hier bedoelde uitbuitingssituaties zullen zich onder meer nogal eens voordoen ten aanzien van personen, die uit het buitenland komen, personen die verslaafd zijn aan verdovende middelen en zeer jonge personen.”(…)
De in dit verband verboden gedragingen, bestaande in het aanwenden van dwang door geweld of een andere feitelijkheid, het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding, beïnvloeden de wil waaronder is begrepen de keuzemogelijkheid van het slachtoffer, in die zin dat zij leiden tot het ontbreken van vrijwilligheid waartoe ook behoort het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken. De omstandigheid dat het slachtoffer reeds eerder bij prostitutie betrokken was, vormt op zich geen aanwijzing inzake vrijwilligheid.” (Kamerstukken II 1988/89, 21 207, nr. 3).
Ten aanzien van meerderjarigen geldt dat vrijwilligheid ontbreekt, indien de prostitué(e) niet of slechts in verminderde mate de mogelijkheid heeft een bewuste keuze te maken met betrekking tot het al dan niet voortzetten van zijn of haar relatie met de exploitant. Dit is niet anders indien de relatie aanvankelijk op vrijwillige basis werd aangegaan(...).” (Kamerstukken II 1988/89, 21 027, nr. 5).
Feiten
Beoordeling
hij in de periode van 24 augustus 2010 tot en met 1 juli 2012 te Alkmaar en te Amsterdam en te Amstelveen,
hij in de periode van 24 augustus 2010 tot en met 25 oktober 2010 te Alkmaar en te Amsterdam,
hij in de periode van 24 augustus 2010 tot en met 1 juli 2012 te Alkmaar en te Amsterdam en/of te Roemenië heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk: mensenhandel, als bedoeld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte heeft [aangeefster 1] er gedurende een periode van ongeveer twintig maanden toe bewogen het grootste deel van de opbrengst uit haar prostitutie-werkzaamheden aan hem af te dragen en zoveel mogelijk te werken en geld te verdienen. Door [aangeefster 1] in strijd met de waarheid voor te spiegelen dat haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden werden gespaard teneinde samen met de verdachte in Roemenië een nieuw leven te kunnen beginnen, heeft hij haar misleid. Tijdens het verblijf van [aangeefster 2] in Nederland, gedurende een periode van ongeveer twee maanden, heeft de verdachte haar paspoort en geboortebewijs in bezit gehouden en heeft hij haar ertoe bewogen iedere dag 50 euro uit haar prostitutiewerkzaamheden aan hem af te dragen. De verdachte heeft aldus [aangeefster 1] en [aangeefster 2] uitgebuit en zich ten koste van hen verrijkt. Daarnaast is gebleken dat de verdachte deel uitmaakte van een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van mensenhandel op soortgelijke wijze als hierboven beschreven. Door zijn handelen heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten waarbij hij, met miskenning van de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers, zijn eigen belangen op de voorgrond heeft gesteld. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten daar nog gedurende lange tijd psychische en emotionele schade van kunnen ondervinden.
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.
- een geldbedrag groot 1.132,20 euro.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 telefoonkaart, merk GT. MOBILE met reg. nummer [reg. nummer 1]);
- 1 SIM-kaart van het merk LEBARA met reg. nr. IQPP ([reg. nummer 2])
- 2 SIM-kaarten van het merk GNANAM (398377)
- 1 SIM-kaart van het merk LEBARA, met reg. nr. [reg. nummer 4];
- 1 telefoontoestel, kleur zwart/geel, van het merk NOKIA (398401);
- 1 telefoontoestel, kleur zwart, van het merk NOKIA (398397);
- een portemonnee, kleur zwart, inhoudende 4 pasjes (398541)
- een USB-stick van het merk T-MOBILE, met reg. nr. 398359.
€ 77.500,00 (zevenenzeventigduizend vijfhonderd euro) bestaande uit € 70.000,00 (zeventigduizend euro) materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 77.500,00 (zevenenzeventigduizend vijfhonderd euro) bestaande uit € 70.000,00 (zeventigduizend euro) materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 3.000,00 (drieduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.