Uitspraak
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat voor het wettig en overtuigende bewijs dat verdachte [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] door (dwang)middelen zou hebben bewogen tot het verrichten van seksuele diensten en uit de uitbuiting van deze [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] voordeel heeft getrokken of ten aanzien van deze vrouwen handelingen heeft verricht met het oogmerk van uitbuiting. Derhalve dient verdachte van deze feiten te worden vrijgesproken.
€ 5.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.