Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 18 april 2011 tot en met 4 mei 2011 te Alkmaar en/of te Eindhoven en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland, en/of te [plaats] (Roemenië),
[medeverdachte 1] en/of één of meer ander(en) in of omstreeks de periode van 18 april 2011 tot en met 4 mei 2011 te Alkmaar en/of te Eindhoven en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland, en/of te [plaats] (Roemenië),
hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2010 tot en met 5 juli 2012 te Alkmaar en/of te Amsterdam en/of te Utrecht en/of elders in Nederland, en/of te Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
I. [medeverdachte 2] en/of één of meer ander(en) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2010 tot en met 5 juli 2012 te Alkmaar en/of te Amsterdam en/of te Utrecht en/of elders in Nederland, en/of te Hongarije,
hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2010 tot en met 14 mei 2013 te Alkmaar en/of te Amsterdam en/of te Utrecht en/of elders in Nederland en/of te Roemenië en/of te Hongarije,
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1. subsidiair tenlastegelegde.
het hof begrijpt: de verdachte [medeverdachte 1] )‘is gebracht’ en dat zij een paar dagen op [adres] in Alkmaar heeft verbleven. De verklaring van [aangeefster 1] dat zij een keer sigaretten wilde halen, maar dat door [medeverdachte 1] toen de [verdachte] erop uit is gestuurd, wordt bevestigd door de verklaring van laatstgenoemde, inhoudende dat hij een keer op verzoek van de verdachte sigaretten naar [aangeefster 1] moest brengen. Tot slot blijkt uit onderzoek aan de telefoon van [aangeefster 1] dat zij tijdens de controle van de belastingdienst op 4 mei 2011 een sms heeft ontvangen van een nummer dat volgens [aangeefster 1] aan de medeverdachte [medeverdachte 1] toebehoorde. In deze sms wordt gevraagd ‘wat willen ze’.
de mannen deden niets, ze waren de hele dag thuis. (…) Ik weet wel dat hun vrouwen achter het raam werkten, dus waar denk je dat zij hun geld vandaan haalden? Ze zaten zelf de hele dag thuis”). Het hof is daarom van oordeel dat het opzet van de verdachte mede gericht is geweest op de mensenhandel van [medeverdachte 1] ten opzichte van [aangeefster 1] . Het beroep van de raadsman wordt daarom verworpen.
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde.
de mannen deden niets, ze waren de hele dag thuis. (…) Ik weet wel dat hun vrouwen achter het raam werkten, dus waar denk je dat zij hun geld vandaan haalden? Ze zaten zelf de hele dag thuis”). Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat het opzet van de verdachte mede gericht is geweest op de mensenhandel van [medeverdachte 2] ten opzichte van [aangeefster 2] . Het beroep van de raadsman wordt daarom verworpen.
Standpunt van de raadsman ten aanzien van feit 3, criminele organisatie
Het oordeel en de overwegingen van het hof ten aanzien van feit 3
Bewezenverklaring
[medeverdachte 1] in de periode van 18 april 2011 tot en met 4 mei 2011 te Alkmaar, Eindhoven, Amsterdam en te [plaats] (Roemenië),
I. [medeverdachte 2] in de periode van 01 oktober 2010 tot en met 5 juli 2012 te Alkmaar, Amsterdam, Utrecht en te Hongarije,
hij in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 5 juli 2012 te Alkmaar, Amsterdam en Utrecht heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk: mensenhandel, als bedoeld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.