ECLI:NL:GHAMS:2016:736
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- J.F.A.M. Graafland-Verhaegen
- J. Louwinger-Rijk
- Rechtspraak.nl
Benoeming moeder en zus tot bewindvoerders na vernietiging eerdere beschikking
De betrokkene, gediagnosticeerd met schizofrenie en sinds 1990 onder behandeling bij GGZ, kwam in hoger beroep tegen de benoeming van professionele bewindvoerders over haar goederen. De kantonrechter had twee professionele bewindvoerders benoemd op verzoek van GGZ. De betrokkene verzocht om ontslag van deze bewindvoerders en benoeming van haar moeder en zus als bewindvoerders.
Het hof overwoog dat het in hoger beroep slechts ging om de vraag of gegronde redenen bestonden om niet te volgen wat de betrokkene uitdrukkelijk wenst, namelijk haar moeder en zus als bewindvoerders. De moeder beheerde al ruim 25 jaar de financiën van de betrokkene en er was geen aannemelijk bewijs dat zij dit onbehoorlijk deed. De betrokkene ontkende dat er sprake was van wanbeheer en verklaarde dat de opgenomen bedragen ten behoeve van haar waren besteed.
GGZ stelde dat professionele bewindvoering noodzakelijk was voor deskundig beheer en meer zelfstandigheid van de betrokkene, maar het hof vond dit onvoldoende onderbouwd. Het bewijsaanbod van GGZ werd gepasseerd wegens onvoldoende specificatie. Het hof achtte de moeder en zus geschikt en benoemde hen tot bewindvoerders met ingang van 16 maart 2016, waarbij de professionele bewindvoerders werden ontslagen.
Uitkomst: Het hof benoemt de moeder en zus van betrokkene tot bewindvoerders en ontslaat de professionele bewindvoerders met ingang van 16 maart 2016.