ECLI:NL:GHAMS:2016:800
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.M.J. Quaedvlieg
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- R.C.P. Haentjens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid invoer cocaïne
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De verdachte werd primair ten laste gelegd het opzettelijk binnenbrengen van een hoeveelheid cocaïne in Nederland en subsidiair het voorbereiden en bevorderen daarvan.
De tenlastelegging betrof onder meer het uitwisselen van berichten via Whatsapp over het ophalen van een piloten- of reistaskoffer en het zich met een voertuig naar Schiphol begeven om een medeverdachte te ontmoeten die de cocaïne had binnengebracht. Het hof heeft het dossier en de zittingen in eerste aanleg en hoger beroep beoordeeld.
Het hof oordeelde dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestond dat de verdachte wetenschap had van de inhoud van de in beslag genomen pilotentas. Hierdoor kon niet worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De verdachte is daarom vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij invoer van cocaïne.