Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder primair ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van medeplegen van de opzettelijke invoer van cocaïne te Schiphol. Primair werd verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen invoer, conform de Kokosnoten-jurisprudentie. Subsidiair werd bewezen verklaard dat verdachte voorbereidingshandelingen verrichtte om de invoer mogelijk te maken.
De zaak draaide ook om de vraag of de politie bevoegd was de smartphone van verdachte uit te lezen. De verdediging voerde aan dat dit onrechtmatig was vanwege privacy, verwijzend naar een arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek aan de smartphone een wettelijke grondslag had, proportioneel en subsidiar was, en dat het bewijs uit de telefoon toelaatbaar was.
Uit het bewijs, waaronder WhatsApp-berichten, e-mails, observaties en camerabeelden, bleek dat verdachte contact had met de koerier en instructies uitwisselde over het ophalen van een pilotenkoffer met cocaïne. Verdachte gaf wisselende verklaringen, maar uiteindelijk erkende hij contact met de koerier te hebben gehad. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte wist van de cocaïne en als afhaler deel uitmaakte van het drugstransport.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht. De straf weerspiegelt de ernst van de voorbereidingshandelingen en de rol van verdachte in het drugssmokkelproces.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van medeplegen invoer cocaïne, veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor medeplegen voorbereidingshandelingen.