ECLI:NL:GHAMS:2016:812
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen sepot wegens vrijheid van meningsuiting bij belediging en smaad
Klagers richtten zich tegen het besluit van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen tegen beklaagde wegens belediging en smaad in een column over de stichting waarvan klager voorzitter is. De column bekritiseerde het voornemen van de stichting om het carnavalsseizoen te openen op de dag van nationale rouw om de MH17-ramp.
Het hof beoordeelde of op basis van het dossier een strafrechter tot een bewezenverklaring zou kunnen komen en of aanvullend onderzoek tot een andere conclusie zou leiden. Hierbij werd het toetsingskader van artikel 10 EVRM Pro gehanteerd, dat vrijheid van meningsuiting beschermt met beperkingen alleen indien noodzakelijk in een democratische samenleving.
Het hof oordeelde dat de column een bijdrage leverde aan het maatschappelijk debat en dat de stijl van een column ongenuanceerd en uitvergroot kan zijn, wat door de lezer wordt herkend. Klager was een publieke figuur geworden, waardoor het noemen van zijn naam begrijpelijk was. Hoewel passages beledigend konden zijn, werd het strafbare karakter daarvan grotendeels ontnomen door het maatschappelijke debatkarakter.
De kans op een veroordeling was gering en het maatschappelijk belang van vervolging onvoldoende om het ultimum remedium te rechtvaardigen. Daarom werd het beklag tegen het sepotbesluit afgewezen en het besluit van de officier van justitie bekrachtigd.
Uitkomst: Het beklag tegen het sepotbesluit wordt afgewezen en de beslissing van de officier van justitie om niet tot vervolging over te gaan wordt bekrachtigd.