Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 0,00
€ 2.500,00
€ 2.720.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
€ 0,00
€ 2.000,00
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Chevrolet Camaro en betaalde een bedrag van € 2.893. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op van € 2.720, die na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank stelde de naheffingsaanslag lager vast op basis van een handelswaarde met aanwezige schade van € 13.020 en verklaarde het beroep gegrond.
In hoger beroep stond centraal of de inspecteur de naheffingsaanslag terecht en correct had vastgesteld, met name de vaststelling van de handelsinkoopwaarde van de referentieauto en de waardevermindering door schade. Het hof overwoog dat niet alle herstelkosten van de schadeauto volledig in mindering kunnen worden gebracht op de handelsinkoopwaarde, omdat een gebruikte auto altijd sporen van gebruik vertoont.
Het hof vond het taxatierapport van de inspecteur, waarin circa 60-65% van de herstelkosten als waardevermindering werd gehanteerd, aannemelijk. Het rapport van belanghebbende, dat uitging van volledige aftrek van herstelkosten, werd verworpen. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag BPM omdat de inspecteur de handelsinkoopwaarde en waardevermindering correct heeft vastgesteld.