Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake diefstal van kinderkleding uit een fietstas op 1 december 2015 te Haarlem. De verdachte werd beschuldigd van het wederrechtelijk toe-eigenen van kinderkleding ter waarde van circa 172 euro uit een fietstas.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 27 januari 2017 werd vastgesteld dat de verdachte door verbalisanten werd gezien terwijl hij belangstelling toonde voor fietsen voor de C&A, vervolgens de winkel betrad en daarna met een witte plastic tas liep waarin later kleding van H&M werd aangetroffen. De verdachte kon geen aankoopbon tonen en gaf een niet-onderbouwd alternatief scenario. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte de kleding heeft weggenomen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat het niet door de griffier was ondertekend zoals voorgeschreven. Vervolgens veroordeelde het hof de verdachte tot een gevangenisstraf van 62 dagen, rekening houdend met eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten en het feit dat een vrijheidsbenemende straf passend is gelet op de ernst van het feit.
De verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.