ECLI:NL:GHAMS:2017:1032
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens onvoldoende verzorgings- en opvoedcapaciteiten moeder
De moeder was sinds 2003 gezagdrager over haar twee kinderen, die sinds 2005 meerdere malen onder toezicht zijn gesteld en uit huis geplaatst vanwege zorgen over huiselijk geweld en opvoedproblemen. Na diverse onderzoeken, waaronder een forensisch psychiatrisch onderzoek en psychodiagnostisch onderzoek, is geconcludeerd dat de moeder onvoldoende in staat is de kinderen de noodzakelijke rust, structuur en veiligheid te bieden.
De moeder betoogde dat zij positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en verzocht om een contra-expertise en benoeming van een bijzondere curator, maar deze verzoeken werden afgewezen omdat verdere vertraging en belasting van de kinderen niet in hun belang is. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling benadrukten de noodzaak van continuïteit en veiligheid voor de kinderen, die gedragsproblemen vertonen en extra zorg behoeven.
Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende draagkracht heeft om het gezag duurzaam te dragen en dat het belang van de kinderen bij stabiliteit en voorspelbaarheid prevaleert. De bestreden beschikking tot beëindiging van het gezag en benoeming van een voogd wordt daarom bekrachtigd. De moeder wordt aangemoedigd haar positieve ontwikkeling voort te zetten en een rol als ouder op afstand te vervullen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en wijst het hoger beroep af.