Conclusie
1.Feiten en procesverloop
second opinionbetreffende het Ambulatorium-onderzoek wordt aangeboden, hetzij een beslissing over deze geschillen te nemen die het hof juist acht.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onder 1is gericht tegen de eerste zin van rov. 5.10 van de eindbeschikking. Hierin overwoog het hof dat niet is gebleken dat het onderzoek door de raad en/of het forensisch psychologisch onderzoek van de zoon onzorgvuldig is verricht, “zodat van de juistheid van de raadsrapportage kan worden uitgegaan”. Volgens de klacht heeft het hof hiermee miskend dat voor de afwijzing van een verzoek om contra-expertise niet bepalend is of het onderzoek(sresultaat) al dan niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, maar: of het door de ouders verzochte deskundigenonderzoek een nieuw licht op de feiten en omstandigheden kan werpen dat aan een goede beoordeling van de verzochte kinderbeschermingsmaatregelen kan bijdragen. Door deze onjuiste afweging gaat het hof ook voorbij aan de op 5 september 2014 door de Hoge Raad geformuleerde maatstaf voor de beoordeling van een verzoek krachtens art. 810a Rv.
onder 2houdt in dat het hof in rov. 5.12 heeft miskend dat art. 810a Rv aan de ouders een eigen recht geeft om een deskundig oordeel te verlangen, naast het aan de Raad voor de kinderbescherming opgedragen onderzoek. Deze rechtsklachten lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.
lex specialisvoor op de algemene regeling van het deskundigenonderzoek in het bewijsrecht.
quick scanin rechtspraak.nl in de gepubliceerde rechtspraak van de gerechtshoven over dit onderwerp in de periode vanaf 5 september 2014 levert enkele tientallen uitspraken op waarin de maatstaf genoemd onder (a) en/of de maatstaf genoemd onder (b) is gebruikt om het verzoek van een ouder om een nader deskundigenonderzoek op de voet van art. 810a Rv af te wijzen [12] . Gevallen waarin het verzochte nadere onderzoek niet ter zake dienend werd geacht (de maatstaf onder a) hebben veelal betrekking op zaken waarin het voorgestelde onderzoeksthema (te) beperkt was en het resultaat van het verlangde nader onderzoek de door de rechter te nemen beslissing niet zou beïnvloeden [13] . Enkele malen werd een verzoek om contra-expertise afgewezen op de a-grond omdat ten tijde van de behandeling in appel de aangevochten kinderbeschermingsmaatregel nog slechts korte tijd van kracht zou zijn en te voorzien was dat het verlangde onderzoek niet kon worden afgerond op een zo korte termijn dat het nog van invloed zou kunnen zijn op de te nemen rechterlijke beslissing. [14]
onderdeel 3houdt in dat, zonder nadere motivering, uit de beschikking niet duidelijk wordt op grond van welke feiten en omstandigheden het hof tot zijn beslissing is gekomen dat een ander deskundig oordeel − waarvan het hof (nog) geen kennis heeft genomen − niet zou kunnen bijdragen aan de beslissing van de zaak.
onderdeel 4houdt in dat, zonder nadere motivering, uit de beschikking niet duidelijk wordt op grond van welke feiten en omstandigheden het hof tot de beslissing is gekomen dat het belang van de zoon zich tegen het door de ouders verzochte nadere onderzoek verzet. Het middelonderdeel vraagt om een nadere uitleg en benoeming door het hof van de belastende omstandigheden.