ECLI:NL:GHAMS:2017:1039
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.V.T. de Bie
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinder- en partneralimentatie na echtscheiding met wijziging draagkracht
Partijen zijn in 1985 gehuwd en in 2011 gescheiden. Zij zijn ouders van een minderjarige die bij de vrouw verblijft. De man heeft een eenmanszaak met wisselende winstcijfers en betaalt alimentatie aan de vrouw en het kind.
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking die zijn alimentatieverplichtingen wijzigde. Hij verzocht verlaging van de kinderalimentatie en beëindiging van partneralimentatie. De vrouw verzocht afwijzing van het verzoek en incidenteel verhoging van de partneralimentatie.
Het hof nam de winst over 2015 als uitgangspunt, corrigeerde voor een eenmalige boekwinst en hield rekening met de arbeidsongeschiktheidsverzekering. De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van een netto besteedbaar inkomen van €2.459 per maand.
De kinderbehoefte werd vastgesteld op €618 per maand. De man moet €351 per maand betalen aan kinderalimentatie, rekening houdend met een zorgkorting. De partneralimentatie werd op nihil gesteld wegens onvoldoende draagkracht van de man. Het hof bepaalde dat de vrouw geen terugbetaling hoeft te doen als zij meer heeft ontvangen dan vastgesteld, gezien de financiële situatie van partijen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de kinderalimentatie naar €351 per maand en stelt partneralimentatie op nihil met terugwerkende kracht vanaf 8 juni 2015.