ECLI:NL:GHAMS:2017:1244

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2017
Publicatiedatum
14 april 2017
Zaaknummer
200.205.438/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:349a lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing tijdelijke bestuurder in enquêteprocedure tegen New Company Investments en Enraf-Nonius

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 10 april 2017 een beschikking gegeven in een enquêteprocedure gericht op de besloten vennootschappen New Company Investments Holding B.V., New Company Investments B.V. en Enraf-Nonius B.V. De procedure betreft een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van deze vennootschappen vanaf 1 januari 2015 tot heden.

Bij een eerdere beschikking van 6 april 2017 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen en tevens een tijdelijke bestuurder benoemd voor New Company Investments Holding B.V. om de continuïteit en het toezicht tijdens de procedure te waarborgen. In de beschikking van 10 april 2017 wijst de Ondernemingskamer mevrouw mr. C.M. Insinger aan als deze tijdelijke bestuurder.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wettelijke mogelijkheden die de Ondernemingskamer heeft om in het kader van een enquêteprocedure bestuursmaatregelen te treffen ter bescherming van de vennootschap en haar stakeholders.

Uitkomst: Mevrouw mr. C.M. Insinger is aangewezen als tijdelijke bestuurder van New Company Investments Holding B.V.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.205.438/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 april 2017
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. C.F.W.A. Hamm en mr. drs. P.A. Brandsma, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW COMPANY INVESTMENTS HOLDING B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW COMPANY INVESTMENTS B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENRAF-NONIUS B.V.,
alle gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS,
advocaat:
mr. K.C. Mensink, kantoorhoudende te Den Haag,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BALIDE INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PASCOM ASSET MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. K.C. Mensink,kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VANES B.V.,
gevestigd te Driebruggen,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. C.F.W.A. Hamm en mr. drs. P.A. Brandsma, beiden kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 6 april 2017 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van New Company Investments Holding B.V., New Company Investments B.V. en Enraf-Nonius B.V. over de periode vanaf 1 januari 2015 tot heden, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – met ingang van 6 april 2017 een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken tijdelijk bestuurder A van New Company Investments Holding B.V. benoemd.

2.De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als bestuurder A zoals bedoeld in de beschikking van 6 april 2017.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
wijst aan als bestuurder A zoals bedoeld in de beschikking van 6 april 2017 in deze zaak: mevrouw mr. C.M. Insinger te Rotterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. J. den Boer, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, prof. drs. E. Eeftink RA, drs. C. Smits-Nusteling RC, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 10 april 2017.