ECLI:NL:GHAMS:2017:1297
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag roerende woon- en bedrijfsruimtenbelasting op waarde woonschip
Belanghebbende is eigenaar van een zeilschip dat in 2015 werd belast met roerende woon- en bedrijfsruimtenbelasting (RZB) op basis van een WOZ-waarde van €193.000 per 1 januari 2014. De heffingsambtenaar gebruikte de vergelijkingsmethode met zes vergelijkbare woonschepen om de waarde te bepalen. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €50.000 voor, onder meer vanwege vermeende onzorgvuldige taxatie en verschillen in ligging en staat van onderhoud.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt dit oordeel. Het Hof oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de ligging van het schip gunstiger is dan die van de vergelijkingsobjecten en de staat van onderhoud gemiddeld is. Het ontbreken van een werf- of keuringsrapport is volgens het Hof geen bezwaar tegen de gehanteerde vergelijkingsmethode.
Belanghebbendes stelling dat sprake zou zijn van dubbele belastingheffing vanwege eigendom van de ligplaats wordt verworpen, omdat de waarde van de ligplaats afzonderlijk is vastgesteld. Ook de bewering dat een nieuwe ligplaatsvergunning niet automatisch wordt verleend, wordt door het Hof niet gevolgd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag van €193.000 op het zeilschip wordt bevestigd.