ECLI:NL:GHAMS:2017:1599
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid moeder en belang pleeggezin
De moeder kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank die haar gezag over haar minderjarige kind beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde. Het geschil betreft de vraag of het gezag van de moeder moet worden beëindigd gezien de langdurige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van het kind bij een pleeggezin.
De feiten tonen aan dat sinds 2012 ernstige zorgen bestonden over de opvoedsituatie bij de moeder, waaronder huisvestingsproblemen, verwaarlozing, en onvoldoende medewerking aan hulpverlening. Het kind verblijft sinds 2012 in een pleeggezin waar het kind een positieve ontwikkeling doormaakt en gehecht is. De moeder heeft ondanks pogingen niet constructief samengewerkt met hulpverlening en pleegouders.
Het hof oordeelt dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding kan dragen. Het belang van het kind bij stabiliteit en duidelijkheid in het pleeggezin weegt zwaarder dan de verbeterde houding van de moeder. Het beroep van de moeder wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige en wijst haar beroep af.