ECLI:NL:GHAMS:2017:1791
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
De appellant verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel werd beëindigd. De rechtbank wees dit verzoek af, stellende dat geen billijkheidsgronden bestonden voor toekenning. Het hof stelde echter vast dat deze motivering onvoldoende was en dat het verzoek niet evident in strijd was met de vaste jurisprudentie.
Tijdens de raadkamerzitting werd het hoger beroep behandeld, waarbij de advocaat-generaal de toewijzing van het verzoek aanbeval. De strafzaak was onherroepelijk geëindigd zonder strafoplegging en zonder toepassing van artikel 9a Sr. Het hof oordeelde dat billijkheidsgronden aanwezig waren om de vergoeding toe te kennen.
Daarnaast werd een verrekening toegepast met een openstaande geldboete bij het CJIB. Het hof vernietigde de eerdere beschikking, kende een vergoeding van €1.359,07 toe en bepaalde de verrekening met een bedrag van €325,00. De beschikking werd uitgesproken op 12 mei 2017 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het gerechtshof kent een vergoeding van €1.359,07 toe voor kosten rechtsbijstand en verrekent €325,00 met een openstaande geldboete.