ECLI:NL:GHAMS:2017:1888

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 mei 2017
Publicatiedatum
22 mei 2017
Zaaknummer
23-000051-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 378a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bedreiging met zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd beschuldigd van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht of zware mishandeling. De tenlastelegging betrof het dreigen met de woorden: "Kom even buiten camera's staan dan leg ik je neer!" gericht aan de werkstrafbegeleider.

De advocaat-generaal vorderde een geldboete van 500 euro, subsidiair 10 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week met een proeftijd van twee jaar. Het hof oordeelde echter dat de gebruikte bewoordingen, hoewel agressief en verwerpelijk, niet kwalificeerden als een bedreiging tegen het leven of met zware mishandeling zoals bedoeld in artikel 285 Sr Pro. Het neerleggen van een persoon werd door het hof niet als zodanig ernstig beschouwd.

De gedragingen van verdachte, waaronder het duwen van de werkstrafbegeleider, waren onvoldoende om de tenlastelegging wettig en overtuigend te bewijzen. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van bedreiging met zware mishandeling wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000051-17
datum uitspraak: 18 mei 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 januari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-212049-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2017
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 17 oktober 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Kom even buiten camera's staan dan leg ik je neer!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking terwijl verdachte dicht op voornoemde [slachtoffer] is gaan staan en/of daarbij voornoemde [slachtoffer] tegen de borst, in elk geval tegen het lichaam, heeft geduwd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de ten laste gelegde bedreiging met zware mishandeling zal worden veroordeeld tot een geldboete van 500 euro, subsidiair 10 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week met een proeftijd van 2 jaren.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
De verdachte heeft op 17 oktober 2016 te Amsterdam zijn werkstrafbegeleider, tevens aangever, de tenlastegelegde woorden toegeschreeuwd. De gebezigde bewoordingen kunnen evenwel naar inhoud en strekking, hoe laakbaar ook, niet worden aangemerkt als een bedreiging tegen het leven dan wel bedreiging met zware mishandeling in de zin van artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafrecht, nu het “neerleggen” van een persoon (naar het hof begrijpt: op de grond) in het algemeen niet dergelijke gevolgen heeft.
Dat de woorden op agressieve wijze zijn uitgesproken en de verdachte daarbij zijn werkstrafbegeleider heeft geduwd doen daaraan niet af.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. F.M.D. Aardema en mr. F.W. van Lottum, in tegenwoordigheid van N. Hannaart, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 mei 2017.
Mr. F.W. van Lottum is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.