Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
- met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 1 november 2016 (ECLI:NL:TGDKG:2016:119).
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele tuchtzaak is een gerechtsdeurwaarder in hoger beroep betrokken bij klachten van twee klagers over zijn handelswijze. De klagers stelden dat de deurwaarder stelselmatig kosten in rekening bracht die niet strookten met het Besluit Tarieven Ambtshandelingen Gerechtsdeurwaarders (Btag) en dat hij onrechtmatige druk uitoefende door beslag op roerende zaken te leggen terwijl reeds loonbeslag bestond.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had eerder een schorsing van twee weken opgelegd, maar het hof vernietigde deze beslissing en oordeelde dat slechts het eerste onderdeel van de klacht, met uitzondering van de kosten aanzegging ontruiming, gegrond was. Het hof legde een berisping op met aanzegging.
Het bewijs bestond uit een rapport van het Bureau Financieel Toezicht waarin onjuiste kostenposten werden vastgesteld, correspondentie tussen partijen en eerdere tuchtrechtelijke en civielrechtelijke jurisprudentie. De gerechtsdeurwaarder erkende grotendeels de onrechtmatigheden en had maatregelen genomen om herhaling te voorkomen.
De klacht over het leggen van beslag roerende zaken werd ongegrond verklaard, omdat geen sprake was van oneigenlijke druk. Het hof wees het verzoek van klagers tot schadevergoeding af, omdat een tuchtprocedure daarvoor geen grondslag biedt.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte kostenberekening door gerechtsdeurwaarders en bevestigt de tuchtrechtelijke sancties bij overtreding van de regels.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarder krijgt een berisping opgelegd wegens onrechtmatige kosten, overige klachten worden ongegrond verklaard.