Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep is het vonnis van de voorzieningenrechter in kort geding bevestigd waarbij appellant een straat- en contactverbod is opgelegd rondom het adres van geïntimeerden. De voorzieningenrechter had vastgesteld dat appellant zich niet binnen 100 meter van het adres mocht bevinden en geen contact mocht opnemen met geïntimeerden, met een dwangsom bij overtreding.
Appellant voerde meerdere grieven aan, waaronder onjuistheden in het vonnis over eerdere veroordelingen en het ontbreken van ernstige bezwaren in een lopende strafzaak. Het hof oordeelde dat een eerdere veroordeling wegens bedreiging niet op appellant van toepassing was, maar dat dit de rechtmatigheid van het verbod niet aantastte. Ook werd erkend dat de rechter-commissaris de inbewaringstelling had afgewezen, maar dat de aangifte en vervolging wegens bedreiging voldoende grond boden voor het verbod.
Verder stelde appellant dat de aangiftes van brandstichting onvoldoende waren, maar het hof vond de combinatie van aangiftes, een veroordeling voor het gooien van een vuurwerkbom en de vervolging voldoende om het straat- en contactverbod te rechtvaardigen. Klachten over inbreuk op bewegingsvrijheid faalden deels omdat appellant zich niet tegen het contactverbod verzette.
Het hof concludeerde dat geen van de grieven tot vernietiging van het vonnis konden leiden en bekrachtigde het vonnis, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het straat- en contactverbod tegen appellant en veroordeelt hem in de kosten van het hoger beroep.