ECLI:NL:GHAMS:2017:2175
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafmaat en niet-ontvankelijkheid hoger beroep bij verduistering en belediging conducteur
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 17 augustus 2016. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken van een onderdeel van de tenlastelegging, maar het hof verklaart hem niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen deze vrijspraak vanwege artikel 404, vijfde lid, Sv.
Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter voor het overige en voegt een strafmaatoverweging toe. De raadsman van de verdachte voerde aan dat de feiten slechts futiel waren en dat een geldboete voldoende zou zijn. Het hof verwierp dit verweer, omdat de verdachte niet alleen goederen van geringe waarde verduisterde, maar ook een conducteur van het openbaar vervoer beledigde door middelvinger op te steken en hem in het Pools uit te schelden.
Daarnaast maakte de verdachte een politiecel onbruikbaar door erin te urineren en te poepen. Het hof oordeelt dat dit gedrag ernstig en verwerpelijk is, mede omdat de verdachte geen verantwoordelijkheid nam en de schuld bij anderen legde. Gelet op deze feiten acht het hof de opgelegde gevangenisstraf passend en redelijk.
Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf en verklaart het hoger beroep tegen de vrijspraak niet-ontvankelijk.