Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
2.Stukken van het geding
3.Feiten
-organisatie.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het Bureau Financieel Toezicht (BFT) een klacht ingediend tegen een notaris vanwege nalatigheid in toezicht op kandidaat-notarissen die niet voldeden aan hun onderzoeksplicht bij het passeren van vaststellingsovereenkomsten. De kamer voor het notariaat had de klacht gegrond verklaard en een berisping opgelegd.
De notaris ging in hoger beroep en erkende haar verantwoordelijkheid, maar stelde dat zij wel degelijk regie en toezicht had gehouden, mede gezien de moeilijke omstandigheden binnen het kantoor en de inzet van ervaren kandidaat-notarissen en een kantoormanager. Het hof oordeelde echter dat het toezicht onvoldoende was, waardoor meerdere onzorgvuldige akten zijn gepasseerd.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kamer, verklaarde de klacht gegrond en legde de notaris een mildere maatregel van waarschuwing op, mede vanwege de doorgevoerde verbeteringen in kantoororganisatie en het feit dat de notaris sindsdien zelf alle akten passeert. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 31 januari 2017.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris is gegrond verklaard en zij kreeg een waarschuwing opgelegd.