ECLI:NL:GHAMS:2017:2293
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking omgangsregeling moeder en minderjarige tot eenmaal per twaalf weken gerechtvaardigd
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking die de omgang met haar kind, wiens gezag is beëindigd, beperkt tot eenmaal per twaalf weken gedurende één uur onder begeleiding. De minderjarige verblijft bij pleegouders sinds de uithuisplaatsing in 2015. De omgang met de moeder leidde tot ernstige stress en ontregeling bij het kind, wat schadelijk is voor haar ontwikkeling.
Diverse rapportages van VTO-Vroeghulp en Spirit pleegzorg bevestigen dat de omgang, ongeacht de setting, te belastend is voor de minderjarige. De moeder kampt met een psychische aandoening en verblijft sinds juli 2016 in een kliniek. Sinds juni 2016 is er geen contact meer geweest tussen moeder en kind.
Het hof oordeelt dat de beperking van de omgang gerechtvaardigd is in het belang van het kind en geen disproportionele inbreuk vormt op het recht op family life. Tevens wijst het hof het verzoek van de moeder af om een ruimere omgangsregeling vast te stellen. Wel wordt de beperking in duur van één jaar opgeheven, zodat de regeling niet aan een termijn is gebonden.
De gecertificeerde instelling (GI) is ontvankelijk in haar incidenteel hoger beroep, maar het hof wijst haar verzoek af om de omgangsregeling volledig naar eigen inzicht vorm te geven. De omgangsregeling blijft concreet en duidelijk voor alle betrokkenen, met de mogelijkheid tot uitbreiding bij positieve ervaringen.
Het vonnis bevestigt het belang van het beschermen van de minderjarige tegen schadelijke stress en het waarborgen van een veilige en stabiele omgeving, waarbij de omgang met de moeder slechts beperkt en begeleid kan plaatsvinden.
Uitkomst: De omgangsregeling tussen moeder en minderjarige wordt beperkt tot eenmaal per twaalf weken gedurende één uur onder begeleiding, in het belang van het kind.