ECLI:NL:GHAMS:2017:2326
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep op verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 24 mei 2017 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 13 april 2017, waarin het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte werd afgewezen.
Het hof heeft de stukken betreffende de voorlopige hechtenis bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en diens raadsvrouw gehoord. Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en acht de ernstige bezwaren tegen de verdachte voldoende aanwezig om de voorlopige hechtenis te handhaven.
Met betrekking tot het door de verdediging aangevoerde DNA-onderzoek stelt het hof dat dit onderwerp pas bij de inhoudelijke behandeling van de zaak aan de orde kan komen en dat het NFI-rapport niet op voorhand als ondeugdelijk kan worden beschouwd.
Het hof acht artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing in deze fase. Daarom wijst het hof het hoger beroep af en bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank om de voorlopige hechtenis te handhaven.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis van de verdachte.