ECLI:NL:GHAMS:2017:2327
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot voorlopige hechtenis afgewezen in hoger beroep wegens onvoldoende gronden
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 24 mei 2017 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland betreffende de voorlopige hechtenis van de verdachte. De verdediging werd niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de beslissing op grond van artikel 67b Sv. Het hof sloot zich aan bij de gronden van de rechtbank, met toevoeging van de 12-jaarsgrond en de recidivegrond.
Het hof oordeelde dat uit het dossier voldoende blijkt dat de verdachte betrokken is bij een diefstal met geweld tegen een benadeelde. Daarnaast is er een reëel gevaar dat de verdachte een misdrijf zal plegen dat de gezondheid en veiligheid van personen in gevaar brengt, mede omdat de verdachte deel uitmaakt van een groep taxichauffeurs die zich bezighoudt met het stelselmatig oplichten van buitenlandse klanten.
De wijze van opereren en de inhoud van tapgesprekken wekken vrees voor herhaling indien de verdachte op vrije voeten wordt gesteld. Ook speelt mee dat de verdachte nog in de proeftijd loopt van een voorwaardelijk sepot van een eerder geweldsdelict. Het hof achtte artikel 67a, derde lid, Sv niet van toepassing en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het beroep tegen de voorlopige hechtenis af met toevoeging van de 12-jaarsgrond en recidivegrond.