ECLI:NL:GHAMS:2017:2337
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beschikking over verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis verdachte
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde op 7 juni 2017 het verzoek van de verdachte tot opheffing dan wel schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Het hof nam kennis van de relevante stukken, waaronder het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 mei 2017, en hoorde de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsvrouw.
Het hof oordeelde dat de gronden voor voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig zijn, mede gelet op het veroordelend vonnis en de wettelijke bepalingen, waardoor het verzoek tot opheffing werd afgewezen. Ten aanzien van het verzoek tot schorsing werd overwogen dat het overtreden van voorwaarden van detentiefasering geen reden is om de schorsing op te heffen, zeker omdat dit feit reeds bekend was ten tijde van de schorsing.
Gezien het feit dat de verdachte zich tijdens een eerdere schorsing aan de voorwaarden hield en zijn persoonlijke belangen in de raadkamer heeft toegelicht, besloot het hof de voorlopige hechtenis te schorsen onder strikte voorwaarden. De schorsing gaat in op 8 juni 2017 om 12:00 uur en omvat onder meer medewerking aan identificatie, het niet plegen van strafbare feiten en het verschijnen op oproep van justitiële instanties.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis afgewezen, voorlopige hechtenis geschorst onder voorwaarden vanaf 8 juni 2017.