ECLI:NL:GHAMS:2017:254
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep huur bedrijfsruimte: beroep op dwaling afgewezen, toekomstige huurtermijnen en schadebeperkingsplicht
In deze zaak staat een geschil over de huur van een bedrijfsruimte centraal, waarbij appellant een beroep op dwaling deed vanwege vermeende toezeggingen omtrent het aantal modezaken in het winkelcentrum. Het hof oordeelt dat uit de communicatie en omstandigheden niet blijkt dat verhuurder Dela zich heeft verbonden tot het niet toelaten van nieuwe modezaken, waardoor het beroep op dwaling faalt.
Appellant is daarom gehouden aan de huurovereenkomst en dient de volledige huurschuld te voldoen, inclusief de contractuele boete en bijkomende kosten. Verweerder Dela is niet tekortgeschoten in de nakoming, en het verweer van appellant dat hij alles heeft gedaan om de huurschuld te voorkomen, wordt verworpen.
Ten aanzien van de toekomstige huurtermijnen vanaf de ontbinding tot het einde van de looptijd van de overeenkomst, stelt het hof dat deze vordering in beginsel toewijsbaar is, tenzij Dela kan aantonen dat zij haar schade heeft beperkt door herverhuur. Het hof stelt partijen in de gelegenheid om hierover nadere stukken te overleggen en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het beroep op dwaling wordt afgewezen en appellant is gehouden tot betaling van de volledige huurschuld en boetes; de vordering tot toekomstige huurtermijnen wordt aangehouden voor nadere onderbouwing.