ECLI:NL:GHAMS:2017:2647
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor mishandeling van een vrouw op 20 oktober 2016 in Amsterdam.
De tenlastelegging betrof het slaan en/of stompen van het slachtoffer tegen het hoofd. Het slachtoffer had aangegeven dat de dader een vrouw was die vermoedelijk dronken was en een joggingbroek met drie Andreaskruizen droeg. De politie hield een vrouw aan die aan dit signalement voldeed, maar verdachte ontkende de mishandeling en het dragen van een dergelijke broek.
Het hof oordeelde dat het proces-verbaal van de aanhouding onvoldoende concreet was om wettig en overtuigend bewijs te vormen dat verdachte daadwerkelijk de dader was. Met name kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte de specifieke trainingsbroek droeg die door een getuige als kenmerk was genoemd. Daarom werd het ten laste gelegde niet bewezen verklaard en werd verdachte vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mishandeling.