ECLI:NL:GHAMS:2017:2885
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring klacht tegen weigering afgifte notariële stukken
Klager verzocht de notaris om afschriften van notariële akten op basis van een volmacht namens een derde partij, [A]. De notaris weigerde deze afschriften te verstrekken omdat de volmacht onduidelijkheden bevatte, met name over de datum en geldigheid van de legalisatie van de handtekeningen, en omdat het notariskantoor [C] niet zelf een verzoek had ingediend.
Klager stelde dat de notaris ten onrechte weigerde de stukken te verstrekken, terwijl de notaris zich beriep op artikel 49 van Pro de Wet op het notarisambt en de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011. Het hof oordeelde dat de notaris terecht de volmacht niet als voldoende bewijs van bevoegdheid beschouwde, mede omdat de legalisatie niet in aanwezigheid van de volmachtgever was verricht en onduidelijk bleef op welke handtekening(en) deze betrekking had.
Het hof wees het verzoek van klager om een bevel tot verstrekking van stukken af wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag in de tuchtprocedure. De klacht werd ongegrond verklaard en de beslissing van de kamer voor het notariaat werd bevestigd. Klager werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot afgifte van stukken.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris werd ongegrond verklaard en het verzoek tot afgifte van stukken werd afgewezen.