ECLI:NL:GHAMS:2017:2892
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij ademanalyse na alcoholgebruik in het verkeer
De verdachte werd beschuldigd van het besturen van een motorrijtuig onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte boven de wettelijke limiet en zonder rijbewijs. Het openbaar ministerie vorderde een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.
Tijdens het hoger beroep stelde het hof vast dat uit het proces-verbaal bleek dat een blaastest met resultaat A was uitgevoerd, maar dat niet was vastgelegd wanneer de vordering tot medewerking aan het onderzoek was gedaan. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de ademanalyse pas na de vereiste wachttijd van twintig minuten had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat daardoor niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de verdachte het ten laste gelegde feit had begaan en sprak haar vrij. Het eerdere vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de ademanalyse na de vereiste wachttijd is uitgevoerd.