ECLI:NL:GHAMS:2017:3291
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens strafrechtelijke verdenking en verwijtbaar handelen werknemer
De werknemer, sinds 1997 in dienst bij KLM als Teamlid Bagageprocessen, werd in 2013 aangehouden op verdenking van ernstige strafbare feiten, waaronder voorbereidingshandelingen voor invoer van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie. KLM stopte de loonbetaling en verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen. De rechtbank ontbond de arbeidsovereenkomst en wees het tegenverzoek van de werknemer af.
De werknemer ging in hoger beroep en voerde aan dat de onschuldpresumptie geldt zolang het hoger beroep in het strafproces loopt en dat KLM de uitkomst daarvan had moeten afwachten. Het hof oordeelde dat de ernst van de strafbare feiten in combinatie met de vertrouwensfunctie van de werknemer een redelijke grond voor ontbinding vormt. De strafrechtelijke veroordeling en de bewijsmotivering zijn voldoende om verwijtbaar handelen aan te nemen.
Het hof wees het verzoek tot herplaatsing af en bevestigde dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, waardoor geen transitievergoeding verschuldigd is. De kosten van het hoger beroep worden aan de werknemer opgelegd. De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen, zonder toekenning van transitievergoeding.