Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers hebben een klacht ingediend tegen een notaris wegens het achterhouden van essentiële informatie over de executieveiling van hun woning, die zij onrechtmatig achten. De notaris kreeg opdracht van de bank om de woning te veilen wegens wanbetaling. Klagers stelden dat de notaris niet aan zijn zorgplicht en informatieplicht had voldaan en formuleerden meerdere vorderingen.
De kamer voor het notariaat verklaarde de meeste klachten niet-ontvankelijk en de overige ongegrond. Klagers gingen in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof bevestigde dat nieuwe klachten in hoger beroep niet ontvankelijk zijn en dat civielrechtelijke vorderingen niet in een tuchtprocedure beoordeeld kunnen worden.
Het hof oordeelde dat de notaris voldoende informatie had verstrekt over de veiling, de reden daarvan, en dat klagers niet recht hadden op het volledige dossier. De klacht over het achterhouden van stukken werd daarom ongegrond verklaard. De beslissing van de kamer werd bevestigd, behalve dat het hof klagers ontvankelijk verklaarde in het onderdeel over artikel 93 lid 1 Wna Pro, maar ook dit onderdeel ongegrond verklaarde.
Het hof vernietigde de bestreden beslissing voor zover klagers niet-ontvankelijk waren verklaard in dit onderdeel en bevestigde de rest van de beslissing. De klacht tegen de notaris werd daarmee afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris over de executieveiling van de woning wordt afgewezen en de meeste klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard.