ECLI:NL:GHAMS:2017:3477
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herstel ouderlijk gezag moeder over minderjarige in pleeggezin
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die haar verzoek tot herstel in het ouderlijk gezag over haar zoon heeft afgewezen. De minderjarige verblijft sinds 2006 bij pleegouders en is onder voogdij gesteld van de GI. De moeder onderhoudt beperkt contact met haar zoon via begeleide omgang en telefonisch contact.
De moeder wenst herstel in het gezag en een onderzoek door de raad om haar mogelijkheden daartoe te verkennen. De raad en de GI verzetten zich tegen het herstel, stellende dat het niet in het belang van het kind is vanwege zijn gevoeligheid voor veranderingen en de stabiliteit die het pleeggezin biedt.
Het hof overweegt dat het kind bijna zijn hele leven in het pleeggezin verblijft, daar goed gehecht is en dat herstel in het gezag onrust en onzekerheid zou veroorzaken. Tevens is de moeder niet in staat gebleken duurzaam de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen. Daarom wordt het verzoek afgewezen en de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot herstel in het ouderlijk gezag wordt afgewezen en de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.