Uitspraak
mr. R.M. de Hair, kantoorhoudende te Venlo,
mr. L. Bakers, kantoorhoudende te Amsterdam,
[A],
Het verloop van het geding
- verzoekster met TP;
- verweerster met UHB of de vennootschap;
- belanghebbenden met respectievelijk Standard, Rupo en [A] .
2 De feiten
3. Bestuur
zijn Standard (…) en de Managers[TP en Rupo, opmerking Ondernemingskamer] benoemd als statutair bestuurders van de vennootschap.
,[ [C] ]
en Standard (…) verbindt zich jegens de Vennootschap (…) om gedurende periode dat hij (indirect) aandeelhouder is van de Vennootschap dan wel Partij is bij deze Overeenkomst en in een periode van twee jaar nadien, niet zelf (…) in de landen, waarin de Groep (…) direct actief is (…):
of[ [C] ]
tekortschiet in de nakoming van artikel 7.1, verbeurt deze persoon ten gunste van de Vennootschap een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete van:
12 Business Plan
4. DUUR
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat niet valt uit te sluiten dat de gevraagde informatie concurrentiegevoelig is en dermate met de bedrijfsvoering verweven dat het niet aangewezen is die informatie aan[TP en [C] ]
te verstrekken. Dat [C] eerder die informatie wel kreeg, doet daaraan niet af. [C] had voordat de organisatie begin 2016 veranderde een andere functie binnen Clayre & Eef en niet in geschil is dat hij steeds verder op afstand is komen te staan van de operationele bedrijfsvoering van de onderneming. De informatie over inkoopbudgetten en bestanden uit de voorraadsystemen kunnen, gelet op de relaties van [C] , die ook werkzaam zijn in de woonbranche en de plannen van[TP en [C] ]
met het aangekochte perceel, een reëel risico op schade betekenen voor[UHB]
.”
bad leaverhaar aandelen aan te bieden.
3.De gronden van de beslissing
compliance certificate– waaruit de wijziging van de waarderingsgrondslag bleek – op 17 maart 2016 aan de bank verstrekt en heeft bovendien zonder instemming of medeweten van TP op 15 maart 2016 een amendement op het bestaande financieringsarrangement ondertekend. UHB heeft met een en ander in strijd gehandeld met de artikelen 4.2 en 4.3 van de aandeelhoudersovereenkomst en met artikel 2:8 BW Pro.
Bad Leaver”. Daarnaast heeft UHB zijn toegang tot de e-mailomgeving afgesloten en zijn e-mailverkeer bekeken. De behandeling van [C] staat in schril contrast met de behandeling van [D] . [G] startte direct na de overname van Clayre & Eef door UHB een handel in bijoux en sieraden onder de naam Juleeze. [D] is daar niet op aangesproken, terwijl ook actieve ondersteuning door UHB aanvaardbaar werd geacht. Van gelijke behandeling van aandeelhouders is geen sprake terwijl de handelwijze van UHB kwalificeert als strijdig met artikel 2:8 BW Pro.
forecastover 2016 en 2017), voordat deze met de aandeelhouders waren besproken,
finance managerwaardoor het tijdig verstrekken van de cijfers niet altijd is gelukt, maar zij heeft aangevoerd dat financiële overzichten, zodra deze gereed waren, steeds op hetzelfde moment met de aandeelhouders zijn gedeeld (in het vonnis van 5 december 2016 wordt geconstateerd dat de cijfers tot en met Q2 2016 aan de aandeelhouders zijn verstrekt, de kwartaalcijfers Q3 zijn per mail van 10 november 2016 aan alle aandeelhouders verstrekt en de kwartaalcijfers Q4 2016 op 8 februari 2016) en dat de kwartaalcijfers eerst aan de aandeelhouders zijn verstrekt voordat deze naar de bank zijn gegaan. Maandcijfers zijn nooit opgesteld en daar was ook geen aanleiding toe omdat de bank alleen kwartaalcijfers wenste te ontvangen. Dat neemt niet weg dat de nieuwe financiële manager, die is aangesteld per 1 februari 2017, maandcijfers zal verzorgen, aldus UHB. Er zijn geen aanwijzingen dat de hiervoor weergegeven stellingen van UHB onjuist zijn.
ad 10heeft overwogen dat deze geen onderzoek rechtvaardigen, wordt dit niet anders wanneer deze verwijten in samenhang worden bezien.