Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Standpunt van klagers
5.Standpunt van de notaris
6.Beoordeling
- samengevat weergegeven - in eerste aanleg en hoger beroep het volgende verklaard.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers hebben een klacht ingediend tegen de notaris wegens vermeende onvoldoende zorgvuldigheid bij het vaststellen van de wilsbekwaamheid van erflaatster voorafgaand aan het passeren van het testament op 2 maart 2009. Erflaatster was op dat moment 84 jaar oud en had een geschiedenis van cognitieve achteruitgang en onderbewindstelling van haar vermogen.
De notaris heeft twee gesprekken van elk ongeveer een uur gevoerd met erflaatster, buiten aanwezigheid van de stiefdochter die haar naar het kantoor bracht. Tijdens deze gesprekken was erflaatster duidelijk en consistent in haar wensen. De notaris liet twee ervaren medewerkers als getuigen aanwezig zijn bij het tweede gesprek, die bevestigden dat erflaatster haar wil kon bepalen. De notaris volgde het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid niet omdat er geen twijfel ontstond over de wilsbekwaamheid.
Klagers stelden dat erflaatster kort na het passeren van het testament dementie had en dat de notaris signalen had moeten opvangen om nader onderzoek te doen. Het hof oordeelt echter dat de notaris voldoende alert was en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de juistheid van haar waarnemingen in twijfel trekken.
Het hof concludeert dat de notaris zorgvuldig heeft gehandeld en bevestigt de beslissing van de kamer die de klacht ongegrond verklaarde. De klacht wordt daarmee definitief afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de notaris zorgvuldig heeft gehandeld en verklaart de klacht ongegrond.