Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Betreft: einde dienstverband.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond centraal of een brief van KSB Diensten B.V. aan de werknemer, waarin het einde van het dienstverband per 26 maart 2016 werd medegedeeld, als een rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst moest worden beschouwd. De werknemer was sinds 1988 in dienst en viel sinds maart 2014 wegens ziekte uit. Na afloop van de wachttijd ontving zij een WGA-uitkering.
KSB stelde dat geen sprake was van een opzegging, maar van een onjuiste feitelijke constatering. De werknemer vorderde betaling van een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter wees deze vorderingen toe en KSB ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de brief van KSB, geadresseerd onder 'Betreft: einde dienstverband', door de werknemer redelijkerwijs als opzegging kon worden opgevat. KSB had geen feiten gesteld die het beroep van de werknemer op de rechtsgevolgen van de opzegging onaanvaardbaar maakten. De transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging werden bevestigd, waarbij het hof benadrukte dat de wet geen anticumulatiebepaling kent voor deze vergoedingen.
De grieven van KSB faalden en het hof bekrachtigde de bestreden beschikking. KSB werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de toekenning van transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging aan de werknemer en veroordeelt KSB in de proceskosten.