ECLI:NL:GHAMS:2017:3846
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep strafmaat recidive zwartrijden in trein met vrijspraak van straf
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor drie gevallen van zwartrijden in de trein, waarbij hij zonder geldig vervoerbewijs reisde. Het openbaar ministerie eiste voor elk feit een week hechtenis, conform het strafvorderingsbeleid bij recidive, maar de kantonrechter legde geldboetes op. Het OM ging in hoger beroep vanwege deze afwijking, die rechtsongelijkheid zou veroorzaken.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de feiten wettig en overtuigend bewezen zijn. De verdachte had meerdere keren zonder geldig vervoerbewijs gereisd, wat strafbaar is volgens artikel 70 van Pro de Wet personenvervoer 2000. Het hof nam het strafvorderingsbeleid in acht, maar oordeelde dat maatwerk noodzakelijk is, waarbij alle omstandigheden van de verdachte meewegen.
Gezien de eerdere veroordeling van de verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 voorwaardelijk, achtte het hof het niet passend om opnieuw straf op te leggen voor deze feiten. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, verklaarde de feiten bewezen en strafbaar, maar legde geen straf of maatregel op.
Deze uitspraak benadrukt het belang van individuele beoordeling bij recidive en het voorkomen van dubbele bestraffing, waarbij eerdere zware straffen meewegen in de strafmaat.
Uitkomst: Het hof legt geen straf of maatregel op voor drie gevallen van recidive zwartrijden vanwege eerdere zware veroordeling.