ECLI:NL:GHAMS:2017:3850
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren na afwijzing getuigenverzoek in hoger beroep wegenverkeerswet
In de strafzaak tegen verzoeker, in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, was een verzoek tot het horen van getuigen en aanvullend onderzoek door de verdachte afgewezen door de meervoudige strafkamer. De verdachte diende daarop een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren, stellende dat de afwijzing van zijn verzoek tot getuigenverhoor getuigde van vooringenomenheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat wraking niet kan worden gebruikt als middel tegen een inhoudelijke beslissing van de rechter. De kamer stelde vast dat de beslissing van het hof gemotiveerd en op juiste gronden was genomen en niet zodanig onbegrijpelijk dat vooringenomenheid kan worden aangenomen.
Ook werd het wrakingsverzoek niet als te laat ingediend beschouwd, mede gelet op de toelichting van verzoeker over de ontvangst van zijn brief. De wrakingskamer concludeerde dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was en wees het wrakingsverzoek af.
De zaak betrof een hoger beroep tegen een veroordeling wegens overtreding van artikel 8 lid 2 onder Pro a van de Wegenverkeerswet 1994, waarbij de verdachte was veroordeeld tot een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid. De wrakingskamer benadrukte het belang van onpartijdigheid, maar ook dat wraking niet mag worden ingezet als middel tegen onwelgevallige rechterlijke beslissingen.
De beslissing werd op 8 september 2017 uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de genoemde raadsheren.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wegens vermeende vooringenomenheid wordt afgewezen.