Uitspraak
mr. E.A. Braten
mr. P.T.P. Hendriks, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. A.A.E. Ferdinandusse, kantoorhoudende te Naarden,
mr. S.D.W Gratamain zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Het verloop van het geding
- verzoekster met HBB;
- verweerster sub 1 met Readen Retail;
- verweerster sub 2 met Neckermann.com Webshop;
- verweerster sub 3 met D5Avenue.com;
- verweerster sub 4 met Neckermann.com Retail;
- verweersters gezamenlijk met: Readen Retail c.s.;
- verweersters sub 2, 3 en 4 met de dochtervennootschappen;
- belanghebbende sub 1 met RHCO;
- belanghebbende sub 2 met [B] ;
- Axivate Capital Partners B.V. met Axivate Capital Partners;
- AC Management II B.V. met AC Management;
- Nemo Financial Services B.V. met Nemo Financial Services;
- Nepar B.V. met Nepar;
- Readen B.V. met Readen;
- Otto GmbH met Otto;
- [C] met [C] ;
- [A] met [A] ;
- [D] met [D] ;
- [E] met [E] ;
- [F] met [F] ;
- [G] met [G] ;
- [H] met [H] .
2 De feiten
co-existence agreement”.
Investment and Shareholders Agreementgesloten met het oog op een samenwerking ten aanzien van commerciële webshop- en (fysieke) winkelactiviteiten met de mogelijkheid tot het verstrekken van consumentenkrediet. Op 15 januari 2016 zijn deze partijen een
Addendumop deze overeenkomst overeengekomen waarin kortweg is opgenomen dat RHCO partij is bij de
Investment and Shareholders Agreementals enig aandeelhouder van Readen Retail, in plaats van Readen. De
Investment and Shareholders Agreementen het
Addendumworden hierna tezamen aangeduid met de SHA.
hereby grants[Readen Retail]
the exclusive rights to use the URL Neckermann.com free of costs and for a period of 50 years, further to the coexistence agreement (…) which[Readen Retail]
hereby accepts. Nepar will aim for a transfer of the coexistence agreement to[Readen Retail]
as soon as possible (…).”
Doordat de feitelijke naam (Neckermann.com) en het logo (nog) niet deugdelijk in eigendom zijn overgedragen aan Readen Retail BV, kan[RHCO]
zijn financieringsverplichting op dit moment niet volstorten.”
coexistence agreementvan 16 augustus 2013 (zie hierboven onder 2.3) met onmiddellijke ingang opgezegd, op gronden, ontleend aan artikel 12.2 van die overeenkomst, te weten het faillissement van Neckermann B.V. en het gegeven dat in Nepar geen activiteiten plaatsvinden en dat die activiteiten door RHCO zijn overgenomen:
“[Otto]
got recently aware that Neckermann B.V. has become insolvent and that its activities have been suspended. (…) there is no more commercial and/or business activity of Nepar B.V. (…). In addition,[RHCO]
has taken over the whole business of Nepar B.V. as this company is inter alia the new operator of the Dutch part of the neckermann.com webshop.”
op basis van of naar aanleiding van gezocht contact door RHCO met[Otto]
. (…) Afgezien van de oorzaak van opzegging van[Otto]
is het in het belang van alle partijen om de opzegging (…) aan te vechten.”Voorts heeft HBB onder meer geschreven: “
HBB is van mening dat RHCO tot dusver niet aan haar investerings-/financieringsverplichtingen heeft voldaan ad in totaliteit EUR 4 miljoen (…). Graag verzoeken wij RHCO inzake Readen Retail nogmaals om aan haar rapportageverplichtingen te voldoen richting HBB. HBB is tot op heden niet tot nauwelijks gekend in het financiële reilen en zeilen van de onderneming. HBB verwacht derhalve minimaal een winst-/verliesrekening, balans en kasstroomoverzichten op maandbasis over 2016 tot en met (op zijn minst) de maand oktober 2016. (…) Op basis van bovenstaande ontwikkelingen maken wij ons onverminderd zorgen over de gang van zaken en het gevoerde beleid van Readen Retail (…).”
op eigen houtje” contact heeft op opgenomen met Otto “
met als gevolg dat de co-existence overeenkomst is opgezegd”en dat die opzegging op geen enkele wijze toe te rekenen is aan HBB of Nepar, en (iii) HBB onlangs heeft moeten vernemen dat de activa van Readen Retail zijn verpand aan RHCO en/of aan haar gelieerde vennootschappen.
Vereinbarung” opgesteld.
3.De gronden van de beslissing
geen rechtmatig eigenaar zou moeten zijn geworden van de aandelen” kan daaraan niet afdoen. Ook het standpunt van verweersters dat het vermogensrechtelijk geschil tussen HBB en Readen Retail aan ontvankelijkheid in de weg staat, wordt door de Ondernemingskamer niet gevolgd, nu uit hetgeen hierna wordt overwogen zal blijken dat hetgeen partijen verdeeld houdt gevolgen heeft voor de verhoudingen en de gang van zaken binnen de vennootschap. Hetgeen overigens door verweersters is gesteld (kort gezegd: dat HBB in beginsel bereid is haar aandelen aan Readen Retail over te doen, dat het door HBB gedane enquêteverzoek niet in het belang van de vennootschappen is en oneigenlijk gebruikt en dat de bemoeienis van de curator een enquête overbodig maakt) leidt evenmin tot niet ontvankelijkheid van HBB in haar verzoek.
discussiestukken’ voor de algemene vergaderingen van aandeelhouders op 20 september 2017, informatie over de financiële toestand van de vennootschappen wordt verschaft. Nog daargelaten dat een jaarrekening over een kalenderjaar niet strookt met de bepaling in de statuten dat het boekjaar loopt van 1 juli tot en met 30 juni roept ook de inhoud daarvan vragen op, alleen al nu ter zitting is bevestigd dat de cijfers over 2015 nog niet zijn vastgesteld, zodat niet kan worden uitgegaan van de in de conceptjaarrekeningen opgenomen beginbalans over 2016. Bovendien ontbreken bij de conceptjaarrekeningen een toelichting op de cijfers en een directieverslag. Over de huidige financiële toestand en de vooruitzichten is nauwelijks informatie beschikbaar. Een businessplan en een budget ontbreken. De verklaring van [A] ter zitting dat de begrote omzet van de vennootschappen over 2016 € 5 miljoen bedraagt en dat daarvan in het eerste helft van het jaar € 1,2 miljoen is gerealiseerd is niet verifieerbaar. Dit alles leidt tot de conclusie dat het gebrek aan informatie zodanige vragen doet rijzen over de vraag of de financiële administratie van de vennootschappen op orde is, dat er een gegronde reden is voor twijfel aan een juist beleid van Readen Retail en de dochtervennootschappen.
co-existence agreementmet Otto. De Ondernemingskamer kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Axivate Capital Partners zich als bestuurder van Readen Retail het belang van het gebruik van een licentie voor Readen Retail onvoldoende heeft aangetrokken. Het staat de onderzoeker vrij om de houding van Axivate Capital Partners in deze kwestie bij zijn onderzoek te betrekken.
co-existence agreement, is Readen Retail (toen bestuurd door RHCO en [H] ) niet bij machte gebleken een adequate oplossing voor dit probleem te vinden. Van deze situatie is nog steeds sprake. [A] heeft ter zitting verklaard dat de naam Neckermann thans op basis van gedogen wordt gebruikt door Readen Retail. Vaststaat dat [A of D] in 2017 weliswaar opnieuw heeft onderhandeld met Otto over het gebruiksrecht, maar de ongetekende
Vereinbarungdie daarvan kennelijk het resultaat is, noemt RHCO in plaats van Readen Retail als contractpartner. Dit roept vragen op over een mogelijk ongeoorloofd tegenstrijdig belang van RHCO. Een ongeoorloofd tegenstrijdig belang kan tevens gelegen zijn in betalingen die RHCO heeft verricht van de rekening van Neckermann Webshop.com aan Readen in de periode april - mei 2016. Ook deze aspecten kan de onderzoeker bij zijn onderzoek betrekken.